De man en vrouw zijn ouders van een kind, [kind 1], waarvoor de man kinderalimentatie betaalt. Het hof heeft in 2020 de alimentatie vastgesteld op basis van onvolledige inkomensgegevens van de man. Inmiddels heeft de man meer financiële stukken overgelegd waaruit blijkt dat zijn inkomen sinds 2017 aanzienlijk lager is dan eerder aangenomen.
De vrouw heeft onvoldoende bewijs geleverd dat de man meer inkomen heeft gegenereerd dan uit zijn belastingaangiften blijkt. Het hof constateert een voor herstel vatbare inkomensvermindering bij de man en stelt de draagkracht vast op basis van het wettelijk minimumloon. De alimentatie wordt daarom met terugwerkende kracht aangepast naar €131 per maand vanaf 27 november 2017.
De man heeft slechts een klein deel van de eerder verschuldigde alimentatie betaald, waardoor geen terugbetalingsverplichting ontstaat. De vrouw krijgt geen verlof tot lijfsdwang, omdat de schuld aanzienlijk is verminderd. Vanaf de meerderjarigheid van [kind 1] wordt de bijdrage vastgesteld op €146 per maand voor levensonderhoud en studie. De proceskosten worden in beide instanties gecompenseerd.