Het gerechtshof Amsterdam heeft in hoger beroep het vonnis van de rechtbank Noord-Holland vernietigd en een nieuwe beslissing genomen over de ontnemingsvordering tegen betrokkene. Betrokkene was eerder onherroepelijk veroordeeld voor medeplegen van witwassen van ruim €1,4 miljoen afkomstig uit beleggersgeld in het Biodieselproject.
Het hof stelde vast dat het wederrechtelijk verkregen voordeel €1.408.739,00 bedroeg, waarvan de helft, €704.369,50, aan betrokkene werd toegerekend. De rechtbank had eerder een nihil betalingsverplichting vastgesteld, maar het hof mat deze vanwege overschrijding van de redelijke termijn tot €700.000. Het draagkrachtverweer van betrokkene werd verworpen omdat onvoldoende inzicht werd gegeven in de financiële situatie, mede door onbekende saldi op buitenlandse rekeningen.
Het hof legde de betalingsverplichting op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht en bepaalde tevens een maximale gijzelingstermijn van 1080 dagen. Hiermee wordt het wederrechtelijk verkregen voordeel effectief ontnomen en wordt uitvoering gegeven aan het strafrechtelijk financieel onderzoek.