In hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland inzake ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit het Biodieselproject heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis vernietigd. De betrokkene werd eerder veroordeeld voor medeplegen van valsheid in geschrift, verduistering en witwassen. De rechtbank had het wederrechtelijk verkregen voordeel geschat op €789.753,82 maar stelde de betalingsverplichting nihil.
Het hof acht aannemelijk dat de betrokkene en een medebetrokkene gezamenlijk wederrechtelijk voordeel hebben genoten, berekend op €1.408.739,00, gebaseerd op een ontnemingsrapportage uit 2012. Dit bedrag wordt gelijk verdeeld, waardoor aan betrokkene €704.369,50 wordt toegerekend. De gemaakte kosten worden in mindering gebracht.
De betrokkene voerde een draagkrachtverweer, stellende dat hij niet aan de betalingsverplichting kan voldoen, maar het hof verwierp dit omdat onvoldoende openheid werd gegeven over bankrekeningen en vermogenspositie. Vanwege overschrijding van de redelijke termijn matigde het hof de betalingsverplichting tot €700.000.
Het hof legt de verplichting tot betaling van dit bedrag aan de Staat op en bepaalt de maximale duur van gijzeling op 1080 dagen. Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 27 november 2023.