ECLI:NL:GHAMS:2023:424
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging hoofdverblijfplaats en zorgregeling voor minderjarige na scheiding ouders
De zaak betreft een geschil tussen gescheiden ouders over de hoofdverblijfplaats van hun minderjarige kind en de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken. De rechtbank had de hoofdverblijfplaats bij de moeder vastgesteld en een zorgregeling bepaald waarbij het kind van zondag tot woensdag bij de vader verblijft.
De vader verzocht in hoger beroep om de hoofdverblijfplaats bij hem te bepalen met een aangepaste zorgregeling, terwijl de moeder dit afwees en tevens incidenteel hoger beroep voerde met een gedetailleerde regeling voor vakanties en feestdagen. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde de rechtbankbeschikking te bekrachtigen.
Het hof overwoog dat beide ouders geschikt zijn voor de zorg en dat het belang van het kind het best gediend is met continuering van de huidige regeling. De afstand tussen woonplaatsen en de werkroosters van de ouders rechtvaardigen geen wijziging. De zorgregeling verloopt goed en het kind is eraan gewend. Het hof stelde tevens een gedetailleerde regeling voor vakanties en feestdagen vast en benadrukte het belang van verbetering van de communicatie tussen ouders.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de hoofdverblijfplaats bij de moeder en de bestaande zorgregeling inclusief vakanties en feestdagen.