ECLI:NL:GHAMS:2023:487
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging provisioneel bewind ondanks niet horen rechthebbende
De zaak betreft een hoger beroep tegen de beschikking van de kantonrechter die provisioneel bewind heeft ingesteld over de goederen van de rechthebbende, een oudere man met cognitieve achteruitgang. De rechthebbende stelde dat hij ten onrechte niet is gehoord en dat er geen acute noodzaak was voor de maatregel.
Het hof overwoog dat het niet horen van de rechthebbende bij de voorlopige maatregel niet leidt tot vernietiging, mede omdat hij wel is gehoord bij de ondercuratelestelling die daarop volgde. De feiten tonen aan dat de kinderen van de rechthebbende in januari 2021 om hulp werden gevraagd vanwege geheugenproblemen, dat in april 2021 Mild Cognitive Impairment werd vastgesteld, en dat de situatie verslechterde.
De verkoop van woningen en de onduidelijkheid over de besteding van de opbrengst, gecombineerd met de plannen van de rechthebbende om te trouwen, rechtvaardigden volgens het hof onmiddellijke bescherming. Er was geen bewijs dat de benoemde provisionele bewindvoerders ongeschikt waren. Het hof bekrachtigde daarom de beschikking en compenseerde de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking tot instelling van provisioneel bewind ondanks het niet horen van de rechthebbende.