ECLI:NL:GHAMS:2023:488
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- M.T. Hoogland
- A.V.T. de Bie
- J. van Zaane
- Rechtspraak.nl
Beslissing over hoofdverblijfplaats en zorgregeling na echtscheiding met huurrechtstoewijzing
Partijen zijn in 2003 gehuwd en hebben vier kinderen, waarvan drie minderjarig. Na ontbinding van het huwelijk is de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de moeder vastgesteld en is een zorgregeling vastgesteld waarbij de kinderen regelmatig bij de vader verblijven.
De vader verzocht in hoger beroep om het huurrecht van de echtelijke woning aan hem toe te wijzen, de hoofdverblijfplaats van één kind bij hem te bepalen en een meer gelijke zorgverdeling vast te stellen. De moeder betwistte dit en stelde dat de vader de kinderen gebruikt om een woning te verkrijgen en zich niet aan de zorgregeling houdt.
De Raad voor de Kinderbescherming constateerde een loyaliteitsconflict bij de kinderen en adviseerde de kinderen samen bij de moeder te laten wonen met ruime omgang met de vader. Het hof oordeelde dat de verhouding tussen ouders ernstig verstoord is, dat de vader geen woning heeft en dat een gelijke zorgverdeling nu niet in het belang van de kinderen is.
Het hof bekrachtigde de beschikking van de rechtbank en wees het verzoek van de vader af, waarbij het belang van de kinderen en de praktische situatie leidend waren. Ook werd geen proceskostenveroordeling opgelegd aan de vader.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank en wijst het verzoek van de vader tot toewijzing van het huurrecht en wijziging van hoofdverblijfplaats en zorgregeling af.