ECLI:NL:GHAMS:2023:527
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep partneralimentatie en verdeling beperkte gemeenschap van goederen na echtscheiding
Partijen zijn in 2018 gehuwd in beperkte gemeenschap van goederen en zijn in november 2021 gescheiden. De vrouw vordert partneralimentatie, aanvankelijk €7.514,67 bruto per maand, gewijzigd naar €1.955,- netto, terwijl de man dit afwijst. Tevens is er een geschil over de verdeling van een Audi A3 die tijdens het huwelijk is aangeschaft.
Het hof beoordeelt de behoefte van de vrouw op basis van haar inkomsten in 2020, gezien onduidelijkheid over 2021, en stelt haar netto besteedbaar inkomen op €3.232,- per maand. De huwelijksgerelateerde behoefte wordt vastgesteld op €3.825,- netto per maand, resulterend in een resterende behoefte van €1.054,- per maand. De draagkracht van de man is voldoende om deze alimentatie te voldoen.
Ten aanzien van de Audi A3 oordeelt het hof dat deze tot de beperkte gemeenschap behoort omdat de vrouw niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij de auto volledig uit haar voorhuwelijkse vermogen heeft betaald. De auto wordt aan de vrouw toegewezen tegen een waarde van €8.750,- met een compensatie aan de man van €4.375,-.
Het hof vernietigt het eerdere vonnis voor zover het partneralimentatieverzoek werd afgewezen en stelt de alimentatie vast op €1.054,- per maand vanaf 17 november 2021. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof stelt partneralimentatie vast op €1.054 per maand en deelt de Audi A3 toe aan de vrouw met compensatie aan de man.