ECLI:NL:GHAMS:2023:545
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Beëindiging gezag moeder over kinderen na langdurige uithuisplaatsing
De zaak betreft het hoger beroep van de moeder tegen de beschikking van de rechtbank Noord-Holland die het gezag van haar en de vader over hun kinderen beëindigde en Jeugdbescherming [de vader] tot voogd benoemde.
De kinderen zijn sinds april 2019 onder toezicht gesteld en wonen bij pleegouders vanwege ernstige problemen bij de ouders. De moeder erkent haar beperkte zorgcapaciteit maar verzet zich tegen de gezagsbeëindiging, stellende dat dit niet noodzakelijk is en een schending van artikel 8 EVRM Pro inhoudt.
De Raad voor de Kinderbescherming en Jeugdbescherming [de vader] stellen dat het gezag terecht is beëindigd omdat het behoud ervan de kinderen onzeker maakt en hun sociaal-emotionele ontwikkeling belemmert. Het hof oordeelt dat de kinderen trauma’s en hechtingsstoornissen hebben, dat de moeder onvoldoende opvoedcapaciteit heeft en dat het perspectief bij de pleegouders ligt.
De machtiging tot uithuisplaatsing is niet langer passend en het voortduren van het gezag zou leiden tot voortdurende onzekerheid en stress bij de kinderen. Het hof vindt de beëindiging noodzakelijk en proportioneel, weegt het belang van de kinderen zwaarder dan het emotionele belang van de moeder en bekrachtigt de beschikking.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het gezag van de moeder over de kinderen en benoemt Jeugdbescherming tot voogd.