Het gerechtshof Amsterdam heeft op 14 maart 2023 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen een vonnis van de politierechter in Amsterdam. Verdachte werd beschuldigd van witwassen van een bedrag van €39.650 dat in een kartonnen doos in zijn auto was aangetroffen. De verdachte gaf aan dat het geld afkomstig was uit professionele pokerwinsten en overhandigde stukken ter onderbouwing hiervan.
De verdediging stelde dat er sprake was van een onrechtmatige doorzoeking van de auto, maar het hof oordeelde dat verdachte uitdrukkelijk toestemming had gegeven, waardoor het bewijs niet uitgesloten werd. Het hof erkende dat het openbaar ministerie onvoldoende had aangetoond dat het geld uit een misdrijf afkomstig was en dat de verdachte een concrete, min of meer verifieerbare en niet onwaarschijnlijke verklaring had gegeven.
Hoewel het openbaar ministerie onderzoek had gedaan naar de inkomsten en bankrekeningen van verdachte, kon het niet met voldoende zekerheid uitsluiten dat het geld een legale herkomst had. Daarom werd verdachte vrijgesproken van het ten laste gelegde witwassen. Het hof vernietigde het eerdere vonnis en gelastte de teruggave van het geld en de in beslag genomen telefoon.