ECLI:NL:GHAMS:2023:646
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis faillissementsfraude met strafvermindering wegens termijnoverschrijding
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor faillissementsfraude met betrekking tot twee ondernemingen, waarbij zij aanzienlijke geldbedragen onttrok en het klantenbestand van een onderneming overdroeg zonder medeweten van de koper. De rechtbank sprak haar vrij van enkele tenlastegelegde bevoordelingen van schuldeisers, tegen welke vrijspraken het hoger beroep niet ontvankelijk werd verklaard.
In hoger beroep bevestigde het hof het vonnis, verving de strafmotivering en vulde de toepasselijke wetsartikelen aan. Het hof nam de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan in aanmerking, evenals de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, die onder meer psychische problemen heeft en slachtoffer is van de toeslagenaffaire.
Hoewel de feiten ernstig zijn en een gevangenisstraf van tien maanden passend zou zijn, matigde het hof de straf tot vier maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf vanwege een overschrijding van de redelijke termijn van ongeveer 22 maanden in hoger beroep. Daarnaast legde het hof een beroepsverbod op voor drie jaar en gelastte de openbaarmaking van het arrest aan de Kamer van Koophandel.
De verdachte neemt geen verantwoordelijkheid voor haar handelen en positioneert zichzelf onterecht als slachtoffer, hetgeen het hof haar kwalijk neemt. De straf is mede bedoeld om het vertrouwen in het handelsverkeer te beschermen, dat door dergelijke fraude wordt geschaad.
Uitkomst: De verdachte is veroordeeld tot vier maanden gevangenisstraf en een beroepsverbod van drie jaar wegens faillissementsfraude.