Uitspraak
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
3.Feiten
4.De klacht
5.Beoordeling
.
Gerechtshof Amsterdam
Klager diende een klacht in tegen de notaris vanwege de executoriale verkoop van zijn woning, waarbij hij stelde dat de notaris niet aan zijn onderzoeksplicht had voldaan en onzorgvuldig had gehandeld. De woning was geveild na een vonnis tot betaling van een betalingsachterstand aan de Vereniging van Eigenaars (VvE). Klager betoogde dat de VvE crimineel was en dat de notaris niet had mogen meewerken aan de executie.
De notaris had opdracht gekregen van de VvE tot executoriale verkoop en had klager meerdere malen geïnformeerd en gewezen op de ministerieplicht en de mogelijkheid tot het starten van een executiegeschil. Klager had de veiling ondanks zijn bezwaren niet kunnen voorkomen. De communicatie tussen klager en het notariskantoor verliep moeizaam, waarbij de notaris zich genoodzaakt voelde alleen nog per e-mail te communiceren.
De kamer voor het notariaat verklaarde de klacht ongegrond en het hof bevestigde dit oordeel. Het hof oordeelde dat de onderzoeksplicht van de notaris beperkt is en dat er geen feiten waren die de notaris konden worden aangerekend. Ook de klachten over de communicatie en de vertraging bij de uitbetaling van de opbrengst werden ongegrond verklaard. Het hof bevestigde daarmee de beslissing van de kamer.
Uitkomst: De klacht tegen de notaris over de executieveiling en onderzoeksplicht is ongegrond verklaard en de eerdere beslissing bevestigd.