ECLI:NL:GHAMS:2023:65
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Belangenafweging exclusief huurrecht bij contractuele medehuurders in familiezaken
De vrouw en de man zijn contractuele medehuurders van een woning en hebben een affectieve relatie met een gezamenlijk kind. Na spanningen verliet de vrouw de woning en verbleef tijdelijk bij familie, wat vanwege de psychische gesteldheid van de vrouw onwenselijk was.
De vrouw vorderde exclusief gebruik van de woning, stellende dat zij en haar kind elders onhoudbare woonsituaties hadden en zij financieel afhankelijk was van leningen en alimentatie. De man stelde dat hij de huur en lasten betaalde, aanzienlijke investeringen deed en zelf ook belang had bij het gebruik van de woning.
Het hof maakte een belangenafweging en oordeelde dat de vrouw onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij de woning financieel zelfstandig kan bekostigen, mede gezien de inkomenseisen van de verhuurder en onzekerheid over leningen en toeslagen. De man kon de lasten wel dragen.
Daarom wees het hof de vorderingen van de vrouw af en kende het exclusieve huurrecht toe aan de man. De vrouw werd veroordeeld om de woning binnen zeven dagen te verlaten en kreeg een verbod om zonder toestemming de woning te betreden.
Uitkomst: De vrouw wordt veroordeeld de woning te verlaten en het exclusieve huurrecht wordt aan de man toegekend.