De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor schuldwitwassen van een geldbedrag van €1.625,79, afkomstig van Whatsappfraude. In hoger beroep vernietigt het hof het eerdere vonnis en verklaart het bewezen dat de verdachte het geldbedrag in oktober 2018 voorhanden had, terwijl zij redelijkerwijs moest vermoeden dat het afkomstig was uit een misdrijf.
De verdachte voerde aan dat haar pinpas zonder haar weten was ontvreemd door naasten aan wie zij de pas en pincode regelmatig uitleende. Het hof hecht hieraan geen geloof vanwege tegenstrijdige verklaringen en het ontbreken van aangifte van verlies. Het geld werd kort na ontvangst op haar rekening direct afgehaald met haar pinpas.
Het hof oordeelt dat de verdachte schuld heeft aan het witwassen van het geld en legt een taakstraf van 30 uur op. Tevens wordt de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding van €1.632,22 integraal toegewezen. Er is sprake van een overschrijding van de redelijke termijn, maar gezien de strafmaat wordt volstaan met een constatering hiervan.
De straf en schadevergoeding zijn opgelegd met inachtneming van de ernst van het delict, de omstandigheden waaronder het is gepleegd en de persoon van de verdachte. Het arrest is gewezen door een meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 23 maart 2023.