ECLI:NL:GHAMS:2023:747

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
23 maart 2023
Publicatiedatum
27 maart 2023
Zaaknummer
23-000782-22
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 SrArt. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 22c Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak bedreiging en veroordeling mishandeling en vernieling in relatieconflict

In hoger beroep vernietigt het hof het vonnis van de politierechter en spreekt verdachte vrij van de bedreiging met een mes wegens onvoldoende bewijs. De mishandeling van zijn levensgezel, bestaande uit duwen, knijpen, slaan en het tegen het gezicht duwen van een kussen, acht het hof wel wettig en overtuigend bewezen in de periode van augustus 2019 tot juni 2021.

Daarnaast veroordeelt het hof verdachte voor het opzettelijk vernielen van een salontafel die aan het slachtoffer toebehoorde in dezelfde periode. De bedreiging met woorden en een mes wordt niet bewezen verklaard. De feiten vonden plaats in de woning van het slachtoffer, wat de ernst vergroot vanwege de inbreuk op haar veiligheid.

Het hof legt een taakstraf van 120 uur op, waarvan 40 uur voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en een subsidiaire hechtenis van 60 dagen. De straf is gebaseerd op de ernst van de feiten, het feit dat verdachte niet eerder recentelijk voor soortgelijke feiten is veroordeeld, en de richtlijnen van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS).

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van bedreiging en veroordeeld tot een deels voorwaardelijke taakstraf voor mishandeling en vernieling.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000782-22
datum uitspraak: 21 maart 2023
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 21 maart 2022 in de strafzaak onder parketnummer 15-297693-21 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,
adres: [adres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 7 maart 2023 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht.

Tenlastelegging

Gelet op de in eerste aanleg door de rechtbank toegelaten wijziging is aan de verdachte tenlastegelegd dat:
1.
hij in of omstreeks de periode van 10 augustus 2019 tot en met 15 juni 2021 te Haarlem, zijn levensgezel, [benadeelde] , heeft mishandeld door:
- voornoemde [benadeelde] (met kracht) te duwen en/of
- voornoemde [benadeelde] (met kracht) te knijpen in haar armen, althans ergens in het lichaam en/of
- voornoemde [benadeelde] (met zijn vlakke hand) in haar gezicht, althans tegen het hoofd te slaan
en/of stompen en/of
- (met kracht) één of meerdere kussen(s) en/of lakens tegen het gezicht, althans tegen het lichaam
van voornoemde [benadeelde] aan te duwen;
2.
hij in of omstreeks de periode van 10 augustus 2019 tot en met 15 juni 2021 te Haarlem, [benadeelde] , heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door:
- een mes te tonen aan die [benadeelde] en/of
- die [benadeelde] de woorden toe te voegen "als je dichterbij komt dan steek ik je neer", althans woorden van gelijke strekking;
3.
hij in of omstreeks de periode van 1 maart 2019 tot en met 15 juni 2019 te Haarlem opzettelijk en wederrechtelijk de salontafel, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. . De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissingen komt dan de rechtbank.

Vrijspraak bedreiging (feit 2)

Naar het oordeel van het hof is op basis van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting niet met een voor een bewezenverklaring vereiste mate van zekerheid komen vast te staan dat de verdachte de aangeefster heeft bedreigd met een mes. Om die reden zal het hof de verdachte vrijspreken van hetgeen hem onder 2 tenlastegelegd is.

Verbeterde lezing van het onder 3 tenlastegelegde

In navolging van de politierechter is het hof van oordeel dat met betrekking tot de onder feit 3 tenlastegelegde periode sprake is van een kennelijke verschrijving en dat is bedoeld de periode van 1 maart 2019 tot en met 15 juni 2021 ten laste te leggen. In het licht van de inhoud van het dossier kan hierover geen misverstand er bestaan. De drie tenlastegelegde feiten hebben immers allen betrekking op hetzelfde feitencomplex en de feiten 1 en 2 zien eveneens op de periode van 1 maart 2019 tot en met 15 juni 2021. Door de verdediging is ter terechtzitting hierover ook geen verweer gevoerd.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
1.
hij in de periode van 10 augustus 2019 tot en met 15 juni 2021 te Haarlem, [benadeelde] , heeft mishandeld door:
- [benadeelde] te duwen, en
- [benadeelde] met kracht te knijpen in haar armen, en
- [benadeelde] met zijn vlakke hand in haar gezicht te slaan, en
- één kussen tegen het gezicht te duwen.
3.
hij in de periode van 1 maart 2019 tot en met 15 juni 2021 te Haarlem opzettelijk en wederrechtelijk de salontafel, /die aan [benadeelde] , toebehoorde heeft vernield.
Hetgeen onder 1 en 3 meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1 en 3 bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:
mishandeling.
Het onder 3 bewezenverklaarde levert op:
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen.

Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het onder 1 en 3 bewezenverklaarde uitsluit.

Oplegging van straf

De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vier weken met een proeftijd van 2 jaren en een taakstraf voor de duur van 100 uren, subsidiair 50 dagen hechtenis.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich tijdens zijn relatie schuldig gemaakt aan de mishandeling van zijn toenmalige vriendin, door haar te slaan, duwen en te knijpen. Daarmee heeft hij bij haar pijn en letsel veroorzaakt en aldus een inbreuk gemaakt op haar lichamelijke integriteit. Bekend is dat dergelijke feiten nog voor langere tijd angst kunnen veroorzaken bij een slachtoffer. Bovendien vonden de feiten plaats in de woning van het slachtoffer, terwijl het slachtoffer ervan uit mocht gaan dat zij in die woning en bij haar toenmalige vriend veilig was. De verdachte heeft ook een tafel vernield die aan het slachtoffer toebehoorde. Hij heeft daarmee blijk gegeven dat hij geen respect heeft voor andermans eigendom. Het hof rekent dit de verdachte aan.
Bij het bepalen van de straf heeft het hof acht geslagen op de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Gelet hierop en op het feit dat de verdachte blijkens een hem betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie niet recent is veroordeeld voor soortgelijke feiten, is het hof van oordeel dat een taakstraf passend en geboden is. Het hof acht het zinvol om een deel van de op te leggen taakstraf in voorwaardelijke vorm op te leggen om zo de verdachte ervan te weerhouden zich in de toekomst wederom schuldig te maken aan dergelijke strafbare feiten.
Het hof acht, alles afwegende, een deels voorwaardelijk taakstraf van na te melden duur passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf zijn gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57, 300 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 3 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1 en 3 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
taakstrafvoor de duur van
120 (honderdtwintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
60 (zestig) dagen hechtenis.
Bepaalt dat een gedeelte van de taakstraf, groot
40 (veertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
20 (twintig) dagenhechtenis, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. N.E. Kwak, mr. A.M. Kengen en mr. S.M. Milani, in tegenwoordigheid van mr. S. Pesch, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 21 maart 2023.