Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
- de appeldagvaarding met daarin opgenomen de grieven;
- memorie van antwoord, tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep, met producties;
- memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep, met producties.
3.Feiten
4.Beoordeling
ondernemingwordt gedreven. Indien vaststaat, zoals in dit geval, dat de onderneming die door de BV wordt gedreven voordien onder dezelfde naam werd gedreven door de vof en nadien is voortgezet door de BV, is voor het antwoord op de vraag welke handelsnaam eerder werd gevoerd beslissend de aanvang van het gebruik van die naam door de vof. Dat de onderneming is voortgezet door de BV is door Next nader onderbouwd met de overgelegde notariële akte van inbreng van 1 maart 2022 waarbij de firmanten van de vof Next Fatfreeze Clinics de onder die naam gevoerde onderneming hebben ingebracht in de BV
clinicte kunnen openen.
Dairy Partners).
fatfreezein zekere mate beschrijvend voor, of in ieder geval verwijzend naar, de door beide partijen als dienst aangeboden cryolipolyse en verwijst het element
clinicsnaar de paramedische inrichting waarin partijen hun diensten aanbieden, maar de combinatie van die onderdelen tezamen met het element ‘Next’ in de handelsnaam van Next levert niet een louter beschrijvende handelsnaam op en heeft wel een zodanig onderscheidend vermogen dat het publiek die handelsnaam in verband zal kunnen brengen met de onderneming van Next.
Dairy Partners, rov. 2.6 en 2.8.2), is het hof voorshands van oordeel dat, in de omstandigheden van dit geval, de door [appellante] gebruikte namen First Fatfreeze Clinics of First Fatfreeze onvoldoende afwijken om te voorkomen dat gevaar voor verwarring met de handelsnaam van Next ontstaat. Daarbij neemt het hof het volgende in aanmerking.
in combinatiemet het ijskristal doet hieraan niet af, nu immers die formulering met zich brengt dat de rechter wordt gevraagd om (mede) een verbod te geven van iets dat niet (onderdeel van) een handelsnaam is, en daarvoor biedt zoals gezegd de Handelsnaamwet, waarop Next blijkens haar stellingen deze vordering baseert, geen grondslag, terwijl van een andere deugdelijke grondslag niet is gebleken.
medeals gebruik voor de vestiging Amsterdam moet worden beschouwd. Dit is weliswaar onbevredigend, maar kan geen reden opleveren om het verbod achterwege te laten. Ten aanzien van de vestigingen in Amsterdam van partijen is immers, ook door het gebruik van de domeinnaam, sprake van verwarringsgevaar en dat is een situatie waaraan de rechter op grond van artikel 5 Hnw Pro, nu Next dit vordert, middels een verbod een einde moet maken. Datzelfde geldt, op dezelfde gronden, voor het aan de domeinnaam gekoppelde e-mailadres.