Uitspraak
zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 januari 2005 tot en met 04 april 2011 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer en/of Amsterdam en/of Cruquius en/of Nieuw-Vennep, althans in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft/hebben zij, verdachte, en/of haar mededader(s) (telkens) meermalen (van) (contante) geldbedragen tot een totaal van (ongeveer) 734.113,76 Euro, althans een of meer (contante) geldbedragen, en/of (welke geldbedragen zijn neergeslagen en/of opgegaan en/of omgezet in en/of aangewend zijn ten behoeve van aanschaf en/of financiering van
1.Feit 2, tweede cumulatief (medeplegen valsheid in geschrifte)
om haar te vertegenwoordigen met betrekking tot haar aanvraag om een exploitatievergunning voor [bedrijf01] B.V./ [bedrijf02] in de meest ruimste zin des woords, om namens haar verklaringen af te leggen, documenten te ondertekenen en voorts alles te doen of te laten wat met betrekking tot voornoemde werkzaamheden wenselijk is’, duidt op [medeverdachte01] ’s (vergaande) betrokkenheid. [14] Bij [verdachte01] , bedrijfsleider bij [bedrijf01] en ondertekenaar van deze, ten behoeve van de hypotheek opgemaakte en ingezonden stukken, heeft uit dien hoofde eveneens wetenschap bestaan van de valsheid en het gebruik daarvan.
2.Feit 1 (medeplegen van gewoontewitwassen)
zij in of omstreeks de periode van 1 januari 2005 tot en met 4 april 2011 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers hebben verdachte en haar mededader geldbedragen tot een totaal van € 279.805,-, en een deel van de woning aan de [adres02] en een deel van de percelen aan de [adres03] verworven en/of voorhanden gehad en/of gebruik gemaakt van voornoemde geldbedragen, terwijl hij en zijn mededader telkens wisten dat bovenomschreven geldbedragen – onmiddellijk of middellijk – afkomstig waren uit enig misdrijf;
zij in of omstreeks de periode van 1 januari 2005 tot en met 16 december 2005 in Nederland tezamen en in vereniging met een persoon opzettelijk gebruik heeft gemaakt van (een) vals(e)
gevangenisstrafvoor de duur van
5 (vijf) maanden.
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
taakstrafvoor de duur van
150 (honderdvijftig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
75 (vijfenzeventig) dagen hechtenis.
teruggaveaan de verdachte van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: