ECLI:NL:GHAMS:2023:931
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging verlenging machtiging tot uithuisplaatsing van minderjarige
De zaak betreft een hoger beroep van de moeder tegen de beschikking van de kinderrechter tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van haar minderjarige kind, geboren in 2020. De minderjarige woont bij pleegouders en is sinds januari 2021 onder toezicht gesteld vanwege zorgen over huiselijk geweld en onveilige thuissituatie.
De moeder betwist de noodzaak van verlenging en stelt dat de belangen van het kind met een minder ingrijpende maatregel kunnen worden beschermd. De gecertificeerde instelling (GI) en de Raad voor de Kinderbescherming adviseren tot bekrachtiging van de verlenging, omdat de veiligheid van het kind niet voldoende kan worden gegarandeerd met alleen ondertoezichtstelling.
Het hof constateert dat ondanks positieve ontwikkelingen bij de moeder, zoals het afronden van een traject bij Jellinek en het aanvragen van hulpverlening, er nog geen duurzame gedragsverandering is en dat de moeder onvoldoende in staat is een veilige en stabiele opvoedomgeving te bieden. Tevens is er sprake van een afhankelijkheidsrelatie met de vader, die een bedreiging vormt voor het kind. Daarom is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige.
Het hof bekrachtigt de bestreden beschikking en wijst het beroep van de moeder af.
Uitkomst: De verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige wordt bekrachtigd.