Uitspraak
1.Het beklag
2.Het verdere verloop van de procedure
3.De beoordeling van het beklag
strafrechtelijkezin nalatig hebben gehandeld.
Gerechtshof Amsterdam
Op 21 mei 2016 pleegde de ex-vrouw van klager suïcide en verdronk daarbij tevens hun 2-jarige dochter. Klager deed aangifte van dood door schuld tegen twee betrokken instellingen en hun medewerkers wegens nalatigheid en het in hulpeloze toestand laten van het kind.
Het hof heeft een nader onderzoek gelast en beoordeelt of er voldoende aanwijzingen zijn voor strafbare nalatigheid of opzettelijk handelen. Uit het onderzoek blijkt dat meldingen bij de instellingen werden opgepakt en hulpverlening werd geboden, zonder dat er concrete signalen waren van een levensbedreigende situatie voor het kind.
Het hof concludeert dat er onvoldoende concrete aanwijzingen zijn dat de instellingen of hun medewerkers het kind in een hulpeloze toestand hebben gelaten of nalatig waren. Het causale verband tussen het handelen of nalaten van de beklaagden en het overlijden ontbreekt. Daarom is het beklag ongegrond verklaard en wordt vervolging niet bevolen.
Uitkomst: Het beklag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende concrete aanwijzingen voor strafrechtelijke nalatigheid, waardoor geen vervolging wordt bevolen.