Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
4.De omvang van het geschil
.
Gerechtshof Amsterdam
Betrokkene heeft bij de kantonrechter verzocht om Fidinda CBM B.V. te ontslaan als bewindvoerder en zijn neef te benoemen als opvolgend bewindvoerder. Het verzoek werd afgewezen en betrokkene ging hiertegen in hoger beroep bij het Gerechtshof Amsterdam.
Betrokkene stelde dat er gewichtige redenen waren voor ontslag, onder andere omdat hij zijn neef vertrouwt, die kosteloos wil optreden, en omdat hij geen vertrouwen heeft in Fidinda. Fidinda voerde aan dat zij al sinds 2015 bewindvoerder is en haar taken naar behoren vervult. Het hof oordeelde dat ontslag alleen mogelijk is bij gewichtige redenen, die in deze zaak niet zijn aangetoond.
Het hof benadrukte dat de langdurige en adequate bewindvoering door Fidinda, de betrokkenheid van een ambulant begeleider en de noodzaak van professionele continuïteit, mede gezien de lopende juridische procedures, het belang van professionele bewindvoering onderstrepen. De voorkeur van betrokkene voor zijn neef is onvoldoende om Fidinda te ontslaan. Het hof bekrachtigde daarom de bestreden beschikking.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot ontslag van de bewindvoerder af en bekrachtigt de bestreden beschikking.