De ouders zijn in 2013 gehuwd en hebben twee minderjarige kinderen. Na hun echtscheiding is het gezamenlijk gezag beëindigd en is de moeder belast met het eenhoofdig gezag over de kinderen. De vader kwam in hoger beroep tegen deze beslissing, stellende dat het gezamenlijk gezag gehandhaafd moest blijven vanwege verbeteringsmogelijkheden in de communicatie en zijn bereidheid tot samenwerking.
De moeder en de Raad voor de Kinderbescherming stelden dat er sprake is van een onaanvaardbaar risico voor de kinderen bij gezamenlijk gezag, mede vanwege een belaste voorgeschiedenis, het ontbreken van communicatie, veiligheidsrisico’s en traumatische ervaringen van de kinderen. De moeder woont op een geheim adres uit vrees voor ontvoering en eergerelateerd geweld.
Het hof oordeelt dat de ouders niet in staat zijn gezamenlijk het gezag uit te oefenen en dat dit binnen afzienbare tijd ook niet zal verbeteren. Het risico dat de kinderen klem of verloren raken is te groot. Het verzoek van de vader wordt afgewezen en de bestreden beschikking wordt bekrachtigd. Het verzoek van de moeder om het eenhoofdig gezag uitvoerbaar bij voorraad te verklaren wordt afgewezen omdat dit wettelijk niet mogelijk is en de moeder sinds de inschrijving van de echtscheiding al het gezag heeft.
De beschikking is op 2 april 2024 in het openbaar uitgesproken door het hof Amsterdam.