Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[geïntimeerde 1] ,
3.[geïntimeerde 3] ,
1.Het procesverloop in hoger beroep
2.De beoordeling
3.Beslissing
.
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele zaak gaat het om de vereffening van de nalatenschap van de vader van de betrokken partijen, die allen beneficiair hebben aanvaard en gezamenlijk vereffenaars zijn. De voorzieningenrechter had [appellante] veroordeeld tot medewerking aan de vereffening, waaronder het doen van aangifte erfbelasting in Spanje en het afgeven van een legaat aan een van de deelgenoten.
[Appellante] is in hoger beroep gekomen tegen deze beslissing en vordert tevens schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad van het vonnis. Het hof constateert dat het vonnis is gewezen in twee gescheiden gedingen, terwijl de rechtsverhouding ondeelbaar is en alle betrokkenen partij moeten zijn bij dezelfde procedure.
Daarom geeft het hof [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] de gelegenheid om [geïntimeerde 3] op te roepen in hun geding op grond van artikel 118 Rv Pro, zodat de ondeelbare rechtsverhouding in één procedure kan worden behandeld. Alle verdere beslissingen worden aangehouden tot na deze procedurele correctie.
Uitkomst: Het hof houdt verdere beslissing aan en stelt partijen in de gelegenheid de ondeelbare rechtsverhouding te herstellen door een partij op te roepen.