ECLI:NL:GHAMS:2024:1127
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schorsingsverzoek draagplicht huwelijkse schulden na echtscheiding
Partijen zijn in 2016 gehuwd in gemeenschap van goederen en zijn in juni 2023 gescheiden. De rechtbank had bepaald dat beiden voor de helft draagplichtig zijn voor bepaalde schulden, waaronder schulden bij familie van de man en belastingschulden. De vrouw verzocht in hoger beroep om schorsing van de uitvoering van deze beschikking, stellende dat zij financieel in nood zou komen.
Het hof overwoog dat de vrouw onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij in een noodtoestand zou verkeren indien de beschikking ten uitvoer wordt gelegd. De man had inmiddels de schulden afbetaald en had een regresvordering op de vrouw. De vrouw beschikte over aanzienlijke financiële middelen, waaronder een bedrag van bijna €75.000 op haar bankrekening en een eerdere ontvangst van de helft van de overwaarde van de woning.
Het hof concludeerde dat het belang van de vrouw bij schorsing niet zwaarder weegt dan het belang van de man bij uitvoering van de beschikking. Daarom werd het schorsingsverzoek afgewezen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het hoger beroep wordt zonder schorsing voortgezet.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot schorsing van de draagplicht van de schulden af en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.