Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Tenlastelegging
Vonnis waarvan beroep
Vordering van het openbaar ministerie
Vrijspraak
Vordering van de benadeelde partij Liander
BESLISSING
spreekt de verdachtedaarvan
vrij.
Gerechtshof Amsterdam
Het gerechtshof Amsterdam heeft op 5 april 2024 uitspraak gedaan in het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter van 19 augustus 2020. De verdachte werd beschuldigd van het telen van ongeveer 510 hennepplanten en het stelen van 22.829 kWh elektriciteit in een pand te Amsterdam.
Tijdens het onderzoek en de terechtzitting in hoger beroep op 22 maart 2024 heeft het hof kennisgenomen van de vorderingen van de advocaat-generaal en de verdediging. Het hof constateerde dat het bewijs onvoldoende was om wettig en overtuigend vast te stellen dat de verdachte betrokken was bij de hennepteelt en elektriciteitsdiefstal. Diverse documenten, zoals het huurcontract, energiecontract en verklaringen van de verdachte en zijn oom, wezen op onzekerheden over de betrokkenheid van de verdachte.
De verdachte verklaarde in het buitenland te zijn geweest vanwege knieletsel en geen kennis te hebben gehad van de hennepkwekerij. Zijn oom bevestigde onder ede dat verdachte geen weet had van de teelt en de illegale elektriciteitsaansluiting. Het hof oordeelde dat er onvoldoende direct bewijs was voor medeplegen of medeplichtigheid en sprak de verdachte vrij.
De benadeelde partij Liander had een schadevergoeding van €4.372,66 gevorderd, welke in eerste aanleg deels was toegewezen. Nu de verdachte niet schuldig werd bevonden, verklaarde het hof Liander niet-ontvankelijk in haar vordering en verwees haar naar de burgerlijke rechter.
Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht door de verdachte vrij te spreken van alle tenlastegelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs van hennepteelt en elektriciteitsdiefstal.