ECLI:NL:GHAMS:2024:1149
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen ontnemingsvordering na vrijspraak in strafzaak
Het openbaar ministerie vorderde ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van € 25.767,87 van de betrokkene, die eerder door de politierechter was veroordeeld voor medeplegen van hennepteelt en diefstal van elektriciteit. De betrokkene stelde hoger beroep in tegen zowel de strafzaak als de ontnemingsvordering.
In hoger beroep sprak het gerechtshof de betrokkene integraal vrij van de tenlasteleggingen in de strafzaak. Gezien deze vrijspraak verklaarde het hof het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de ontnemingsvordering, omdat deze vordering gebaseerd was op de strafrechtelijke veroordeling die nu is komen te vervallen.
Het arrest van het hof vernietigt het eerdere vonnis van de politierechter en doet opnieuw recht door het openbaar ministerie niet-ontvankelijk te verklaren in de ontnemingsvordering. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 5 april 2024.
Uitkomst: Het gerechtshof verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel vanwege de integrale vrijspraak in de strafzaak.