ECLI:NL:GHAMS:2024:1263
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Vader krijgt eenhoofdig gezag over minderjarige na beëindiging gezamenlijk gezag
De zaak betreft een geschil over het ouderlijk gezag over een minderjarige geboren in 2021. De ouders oefenden gezamenlijk gezag uit, maar de vader woont met de minderjarige en verzocht om eenhoofdig gezag toe te kennen. De moeder verzet zich hiertegen.
De minderjarige is sinds februari 2022 onder toezicht gesteld van een gecertificeerde instelling en woont bij de vader. De communicatie en samenwerking tussen ouders zijn moeizaam, wat het gezamenlijk gezag bemoeilijkt. De moeder wordt begeleid en ontvangt ambulante hulp, maar is onvoldoende in staat om haar rol als opvoeder te vervullen.
Het hof oordeelt dat het gezamenlijk gezag niet langer in het belang van de minderjarige is, mede vanwege het risico dat het kind klem komt te zitten tussen ouders en het ontbreken van verbetering in de communicatie. De vader moet in staat zijn snel en zonder vertraging beslissingen te nemen. De omgang met de moeder blijft gewaarborgd.
Het hof vernietigt de bestreden beschikking en kent het eenhoofdig gezag toe aan de vader. Tevens wordt de vader verplicht om de moeder te informeren conform de informatieregeling. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het gezamenlijk gezag wordt beëindigd en het eenhoofdig gezag wordt aan de vader toegekend.