ECLI:NL:GHAMS:2024:1386
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Nietigverklaring verbod bouwkundige splitsing appartement in twee zelfstandige studio’s
Deze civiele zaak betreft de vraag of het bouwkundig splitsen van een appartement in twee zelfstandige woonruimten (studio’s) in strijd is met de splitsingsakte en de daarbij behorende splitsingstekening. De Vereniging van Eigenaars (VvE) had een verbod ingesteld tegen deze splitsing, maar het hof volgt de rechtbank in de conclusie dat dit verbod nietig is.
De feiten zijn niet in geschil: het appartement is in 1973 gesplitst in vier appartementsrechten, waarbij het appartement van de geïntimeerde bestemd is voor bewoning. De splitsingsakte en het Modelreglement 1973 zijn van toepassing. De VvE stelde dat de splitsingsakte en de splitsingstekening het gebruik van het appartement als één geheel voorschrijven, en dat ondersplitsing in meerdere zelfstandige woningen niet is toegestaan. Het hof oordeelt echter dat de splitsingsstukken geen grond bieden voor een dergelijke beperking.
De splitsingsakte vermeldt dat het appartement bestemd is voor bewoning, maar laat ruimte voor verschillende woonvormen. De splitsingstekening toont de situatie ten tijde van de splitsing, maar bevat geen normatieve voorschriften over het gebruik. De wettelijke bepalingen, waaronder artikel 5:111 BW Pro, laten bouwkundige ondersplitsing toe. Ook het huishoudelijk reglement dat commerciële exploitatie verbiedt, is niet van toepassing op de verhuur van zelfstandige studio’s als woningen.
Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank dat het verbod van de VvE nietig is en veroordeelt de VvE in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het verbod van de VvE op het bouwkundig splitsen van het appartement in twee zelfstandige studio’s is nietig verklaard.