ECLI:NL:GHAMS:2024:1404
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken van opzet bij invoer cocaïne in vissen
Het gerechtshof Amsterdam heeft in hoger beroep het vonnis van de rechtbank Noord-Holland vernietigd en de verdachte vrijgesproken van het ten laste gelegde feit van het opzettelijk invoeren van cocaïne.
De verdachte had vanuit Suriname vissen meegenomen voor zijn nicht, waarbij in een van de vissen cocaïne werd aangetroffen. Het hof achtte de verklaring van de verdachte geloofwaardig dat hij niet wist dat de vissen cocaïne bevatten en dat hem niets bijzonders was opgevallen aan de vissen. De uiterlijke kenmerken van de vissen waren normaal en er waren geen aanwijzingen dat de verdachte bewust de aanmerkelijke kans op aanwezigheid van cocaïne heeft aanvaard.
Het hof overwoog dat, ondanks het uitgangspunt dat een passagier bekend is met de inhoud van zijn bagage, in dit geval sprake was van bijzondere omstandigheden. De vertrouwensrelatie met zijn nicht en het ontbreken van argwaan over de vissen leidden tot het oordeel dat opzet, ook niet voorwaardelijk, ontbrak.
Daarom werd de verdachte vrijgesproken en werd de voorlopige hechtenis opgeheven. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 8 mei 2024.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens ontbreken van opzet op invoer van cocaïne.