ECLI:NL:GHAMS:2024:1407
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging veroordeling poging tot diefstal in vereniging zonder vrijwillige terugtred
Het gerechtshof Amsterdam heeft op 22 mei 2024 het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de politierechter in Amsterdam van 25 januari 2024. De verdachte werd beschuldigd van drie pogingen tot diefstal in vereniging. De advocaat-generaal vorderde een gevangenisstraf van 9 maanden met aftrek van voorarrest.
De raadsman van de verdachte voerde vrijspraak aan voor twee van de tenlastegelegde feiten vanwege onvoldoende bewijs en betoogde dat er geen begin van uitvoering was. Tevens stelde hij dat de verdachte vrijwillig was teruggetreden bij het derde feit. Het hof oordeelde dat het ontbreken van een aangifte en de onbekendheid van een slachtoffer geen bewijsprobleem vormden gezien de waarnemingen en de modus operandi.
Het hof stelde vast dat de gedragingen van de verdachte en medeverdachten, zoals het uitkiezen van slachtoffers, het seinen naar elkaar en het daadwerkelijk wegnemen en terugplaatsen van een stapeltje papier, een begin van uitvoering en een voltooide poging vormden. Het verweer van vrijwillige terugtred werd verworpen omdat de terugtred plaatsvond nadat het slachtoffer iets opmerkte, wat niet afhankelijk was van de wil van de verdachte.
Daarmee bevestigde het hof het vonnis van de politierechter en veroordeelde de verdachte voor alle drie de pogingen tot diefstal in vereniging.
Uitkomst: Bevestiging veroordeling voor drie pogingen tot diefstal in vereniging zonder erkenning van vrijwillige terugtred.