De Stichting ELCO Foundation voert een collectieve actie tegen Rabobank c.s. en Lloyds c.s. wegens vermeende beïnvloeding van rentebenchmarks. In eerste aanleg werd de Stichting ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard in haar op artikel 3:305a (oud) BW gebaseerde collectieve vorderingen.
Het hof heeft in een tussenarrest geoordeeld over de rechtsmacht en ontvankelijkheid van de Stichting en constateerde dat de rechtbank Amsterdam bevoegd is voor vordering D, maar onbevoegd voor vordering E. De vorderingen A, B en D voldoen aan de ontvankelijkheidseisen, terwijl vordering C niet ontvankelijk is.
Daarom vernietigt het hof de eerdere vonnissen en verwijst de zaak terug naar de rechtbank voor verdere behandeling. Deze terugverwijzing is gerechtvaardigd omdat er louter op processuele gronden niet aan een inhoudelijke behandeling is toegekomen, en dit past binnen de gemaakte procesafspraken. Tevens verleent het hof cassatieverlof aan Rabobank c.s. en bepaalt dat partijen hun eigen proceskosten in hoger beroep dragen.