Klager is samen met zijn ex-partner in 2015 hoofdelijk veroordeeld tot betaling van een vordering. Na verhuizing naar de Filipijnen in 2016 werd in 2020 beslag gelegd op zijn AOW-uitkering. Klager klaagde dat dit beslag zonder voorafgaande aanmaning of dwangbevel plaatsvond.
De kamer voor gerechtsdeurwaarders verklaarde de klacht deels gegrond en legde een berisping op aan de gerechtsdeurwaarder. In hoger beroep stelde de gerechtsdeurwaarder dat geen wettelijke verplichting bestaat tot vooraankondiging van beslaglegging en dat klager op de hoogte was van de veroordeling.
Het hof oordeelde dat bijzondere omstandigheden die voorafgaand contact vereisen, niet aanwezig waren, mede vanwege de verhuizing en het weigeren van betaling door klager. Ook de overige klachten over de schuldovereenkomst, het ontbreken van een overzicht en het verzoek tot opheffing van het beslag werden ongegrond verklaard. De eerdere beslissing werd vernietigd en de klacht in alle onderdelen ongegrond verklaard.