AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Hoger beroep ontnemingsvordering wegens wederrechtelijk verkregen voordeel via trustconstructies
In hoger beroep is het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 21 juli 2021 betreffende de ontnemingsvordering tegen de betrokkene vernietigd. De zaak betreft het wederrechtelijk verkregen voordeel door de betrokkene via fees ontvangen door Nederlandse trustvennootschappen die gelden doorsluizen naar offshore entiteiten. De rechtbank had het voordeel vastgesteld op €1.980.198,00, het hof stelt dit bedrag bij op basis van een gedetailleerde berekening van bruto-fees minus kosten.
De advocaat-generaal vorderde een bedrag van €2.031.236,00, terwijl de verdediging betoogde dat slechts een deel van de inkomsten aan de betrokkene kan worden toegerekend en dat sommige gegevens niet gebruikt mogen worden wegens gebrek aan toestemming van buitenlandse autoriteiten. Het hof oordeelt dat het voordeel aan de betrokkene kan worden toegerekend vanwege zijn zeggenschap en financieel belang in de betrokken vennootschappen.
De berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel is gebaseerd op drie componenten: bruto-fees van inhouse I en II vennootschappen minus kosten, toe-eigening via valse facturen en andere bankbijschrijvingen. Het totaal geschatte voordeel bedraagt afgerond €1.992.982,00. Het hof matigt de betalingsverplichting met €5.000,00 wegens overschrijding van de redelijke termijn, maar wijst verdere matiging af.
Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 14 juni 2024. De betrokkene is verplicht het bedrag van €1.987.982,00 aan de Staat te betalen en de duur van gijzeling is vastgesteld op maximaal 1080 dagen.
Uitkomst: Betrokkene moet €1.987.982,00 aan wederrechtelijk verkregen voordeel betalen aan de Staat met een matiging van €5.000 wegens termijnoverschrijding.
Voetnoten
1.Het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel van 7 november 2019, naar waarheid opgemaakt door de opsporingsambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , pagina 11.
2.Het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel van 7 november 2019, naar waarheid opgemaakt door de opsporingsambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , pagina 11.
3.Een proces-verbaal van bevindingen met nummer AH-19.SFO van 11 juni 2019, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 1] , pagina’s 1 tot en met 8.
4.Het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel van 7 november 2019, naar waarheid opgemaakt door de opsporingsambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , pagina 9.
5.Het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel van 7 november 2019, naar waarheid opgemaakt door de opsporingsambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , pagina 15.
6.Het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel van 7 november 2019, naar waarheid opgemaakt door de opsporingsambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , pagina 16.
7.Arrest gerechtshof Amsterdam 18 november 2021, pagina 15.
8.Arrest gerechtshof Amsterdam 18 november 2021, pagina 20.
9.Een e-mailbericht van de betrokkene aan [naam 5] van 8 mei 2007, documentnummer D-0651-277-1.
10.De verklaring van de betrokkene, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep in de strafzaak van 11 oktober 2021, pagina 6.
11.Een proces-verbaal-verbaal van bevindingen met nummer AH-015 van 25 maart 2014, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 3] , bijlagen 1A tot en met 1C.
12.Het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel van 7 november 2019, naar waarheid opgemaakt door de opsporingsambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , pagina 10.
13.Het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel van 7 november 2019, naar waarheid opgemaakt door de opsporingsambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , pagina’s 12 tot en met 14.
14.Het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel van 7 november 2019, naar waarheid opgemaakt door de opsporingsambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , pagina’s 14 en 15.