Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het verdere verloop van de procedure in hoger beroep
2.De feiten
3.De motivering van de beslissing
”Hoor mij en zie mij, ben lief voor mij, maar stop met elkaar te wantrouwen. Daar raak ik van in de war en maakt dat ik soms dingen zeg die ik liever niet had willen zeggen en die dan maken dat de situatie niet verbetert, maar verslechtert. Ik wil niet kiezen tussen mijn ouders, maar van allebei mogen houden”.Verder heeft de bijzondere curator geadviseerd de begeleide omgang met de vader te handhaven totdat zijn beschuldigingen aan het adres van de moeder en stiefvader zijn gestopt. Of [minderjarige] zelf een voorkeur heeft voor omgang in [plaats A] is niet duidelijk geworden en de gekozen omgangsfrequentie lijkt op dit moment voldoende voor haar, aldus de bijzondere curator.
4.De beslissing
,gevestigd te [plaats B] , voor 11 februari 2024 antwoord te geven op de vragen geformuleerd bij punt 3.6;