ECLI:NL:GHAMS:2024:176
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep verdeling huwelijksgemeenschap en alimentatie na echtscheiding met toepassing Marokkaans en Nederlands recht
Partijen zijn in 1996 in Marokko gehuwd en in 2022 gescheiden. De rechtbank had de verdeling van de huwelijksgemeenschap en alimentatie vastgesteld, waarbij het Marokkaanse recht van toepassing was op de periode tot 2009 en Nederlands recht vanaf 2009 tot 2021.
De vrouw vorderde in hoger beroep onder meer de helft van de waarde van onroerende goederen in Marokko en dat de man alleen draagplichtig zou zijn voor bepaalde schulden. Het hof oordeelde dat geen sprake was van vermogensaanwas in Marokko en dat de vrouw geen aanspraak had op de helft van de waarde van de onroerende zaken, omdat deze door de man met geleend geld waren gefinancierd. Wel werd bepaald dat de vrouw niet mede draagplichtig is voor schulden die de man in Marokko en na ontbinding van de gemeenschap is aangegaan.
Ten aanzien van alimentatie stelde het hof vast dat de draagkracht van de man beperkt is tot zijn WAO- en pensioenuitkering. Daarom werd de kinderalimentatie verlaagd naar €25 per kind per maand en de partneralimentatie geheel afgewezen. De vrouw hoeft teveel ontvangen alimentatie niet terug te betalen.
Het hof bekrachtigde verder de verdeling van de huwelijksgemeenschap zoals vastgesteld door de rechtbank, met de genoemde aanpassingen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en overige verzoeken zijn afgewezen.
Uitkomst: Het hof wijzigt de alimentatiebedragen en bevestigt de verdeling van schulden, waarbij de vrouw geen aanspraak heeft op de helft van de waarde van onroerende goederen in Marokko.