ECLI:NL:GHAMS:2024:1770
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J. Piena
- I.A. van der Burg
- W.J. Blokland
- Rechtspraak.nl
Wrakingsverzoek afgewezen wegens ontbreken van zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid van raadsheren
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de raadsheren mr. Mooy, mr. De Wilde en mr. Van Die van het gerechtshof Amsterdam, vanwege vermeende vooringenomenheid. Dit was ingegeven door eerdere onwelgevallige beslissingen van het hof in andere zaken van verzoeker, vermeende betrokkenheid van een andere raadsheer bij ernstige misdrijven, en de nevenfuncties van twee raadsheren die volgens verzoeker belangenverstrengeling zouden veroorzaken.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van de criteria voor rechterlijke onpartijdigheid en de objectief gerechtvaardigde schijn daarvan. De kamer concludeerde dat eerdere beslissingen van het hof geen zwaarwegende aanwijzing vormen voor partijdigheid van de betrokken raadsheren, die bovendien niet bij die eerdere zaken betrokken waren. Ook het kennen van een andere raadsheer die door verzoeker wordt beschuldigd, leidt niet tot een objectief gerechtvaardigde schijn van vooringenomenheid.
Ten aanzien van de nevenfuncties oordeelde de kamer dat de aangevoerde argumenten slechts veronderstellingen zijn zonder concrete feiten die vooringenomenheid aantonen. Het verzoek tot aanhouding van de wrakingsprocedure tot een uitspraak van de Hoge Raad werd eveneens afgewezen, omdat het belang van een spoedige beslissing en voortgang van de hoofdzaak zwaarder woog.
De wrakingskamer verklaarde het verzoek tot wraking ongegrond en wees het verzoek af. De beslissing werd op 12 juni 2024 in het openbaar uitgesproken door mr. J. Piena, mr. I.A. van der Burg en mr. W.J. Blokland.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de raadsheren is ongegrond verklaard en afgewezen wegens het ontbreken van zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid.