ECLI:NL:GHAMS:2024:1795
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring verdachte in hoger beroep strafzaak
In deze strafzaak was tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland hoger beroep ingesteld door de verdachte. Tijdens de terechtzitting van 23 mei 2024 heeft de verdachte te kennen gegeven dat hij het hoger beroep niet wil handhaven en de eerder ingediende bezwaren intrekt.
Het hof heeft vervolgens de vordering van de advocaat-generaal tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het hoger beroep op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, overgenomen. Er was geen belang gebleken bij nader onderzoek van de zaak.
Daarom heeft het hof de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het ingestelde hoger beroep en het hoger beroep daarmee beëindigd. Dit arrest is uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 23 mei 2024.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep omdat hij dit niet wilde handhaven.