ECLI:NL:GHAMS:2024:1867
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard tegen beslissing inzake klacht gerechtsdeurwaarder
Klager heeft een klacht ingediend tegen een gerechtsdeurwaarder, welke door de voorzitter van de kamer voor gerechtsdeurwaarders als kennelijk ongegrond is afgewezen. Klager stelde verzet in tegen deze beslissing, maar de kamer verklaarde dit verzet ongegrond. Klager ging in hoger beroep tegen deze beslissing.
Het hof heeft beoordeeld of het hoger beroep ontvankelijk is. Op grond van artikel 39 lid 4 van Pro de Gerechtsdeurwaarderswet staat tegen de beslissing van de kamer op het verzet geen hoger beroep open, tenzij sprake is van zeer bijzondere omstandigheden waarbij fundamentele rechtsbeginselen zijn geschonden.
Klager heeft niet kunnen aantonen dat dergelijke fundamentele schendingen hebben plaatsgevonden. Zijn inhoudelijke onvrede over de beslissing is onvoldoende om het appelverbod te doorbreken. Het hof concludeert dat klager bij de kamer al zijn bezwaren heeft kunnen uiten en dat er geen formele gebreken zijn in de eerdere beslissingen.
Daarom verklaart het hof het hoger beroep van klager niet-ontvankelijk en bevestigt het de beslissing van de kamer. Het vonnis is op 16 juli 2024 uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep van klager wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het appelverbod in artikel 39 lid 4 van de Gerechtsdeurwaarderswet.