ECLI:NL:GHAMS:2024:1867

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
16 juli 2024
Publicatiedatum
8 juli 2024
Zaaknummer
200.337.660/01 GDW
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 39 lid 4 Gdw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard tegen beslissing inzake klacht gerechtsdeurwaarder

Klager heeft een klacht ingediend tegen een gerechtsdeurwaarder, welke door de voorzitter van de kamer voor gerechtsdeurwaarders als kennelijk ongegrond is afgewezen. Klager stelde verzet in tegen deze beslissing, maar de kamer verklaarde dit verzet ongegrond. Klager ging in hoger beroep tegen deze beslissing.

Het hof heeft beoordeeld of het hoger beroep ontvankelijk is. Op grond van artikel 39 lid 4 van Pro de Gerechtsdeurwaarderswet staat tegen de beslissing van de kamer op het verzet geen hoger beroep open, tenzij sprake is van zeer bijzondere omstandigheden waarbij fundamentele rechtsbeginselen zijn geschonden.

Klager heeft niet kunnen aantonen dat dergelijke fundamentele schendingen hebben plaatsgevonden. Zijn inhoudelijke onvrede over de beslissing is onvoldoende om het appelverbod te doorbreken. Het hof concludeert dat klager bij de kamer al zijn bezwaren heeft kunnen uiten en dat er geen formele gebreken zijn in de eerdere beslissingen.

Daarom verklaart het hof het hoger beroep van klager niet-ontvankelijk en bevestigt het de beslissing van de kamer. Het vonnis is op 16 juli 2024 uitgesproken.

Uitkomst: Het hoger beroep van klager wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het appelverbod in artikel 39 lid 4 van de Gerechtsdeurwaarderswet.

Uitspraak

beslissing
___________________________________________________________________ _ _
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht
zaaknummer : 200.337.660/01 GDW
nummers eerste aanleg : C/13/720352 / DW RK 22/284
C/13/733385 / DW RK 23/147 (verzet)
beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 16 juli 2024
inzake
[appellant],
wonend te [plaats 1] ,
appellant,
tegen
[geïntimeerde],
gerechtsdeurwaarder te [plaats 2] ,
geïntimeerde,
gemachtigde: mr. A.M.F. Keijzer.
Partijen worden hierna klager en de gerechtsdeurwaarder genoemd.

1.De zaak in het kort

Klager komt in hoger beroep van een beslissing van de kamer voor gerechtsdeurwaarders te Amsterdam (hierna: de kamer) waarbij het door hem ingediende verzet tegen een beslissing van de voorzitter van de kamer ongegrond is verklaard. Op grond van artikel 39 lid 4 van Pro de Gerechtsdeurwaarderswet (hierna: Gdw) staat hiertegen geen hoger beroep open. Klager is het niet eens met de beslissing van de kamer en wil dat zijn klacht tegen de gerechtsdeurwaarder nog eens in behandeling wordt genomen.

2.Het geding in hoger beroep

2.1.
Klager heeft op 28 januari 2024 een beroepschrift bij het hof ingediend tegen de beslissing van de kamer van 20 december 2023 onder nummer C/13/733385 / DW RK 23/147 (ECLI:NL:TGDKG:2023:105).
2.2.
De gerechtsdeurwaarder heeft op 15 april 2024 een verweerschrift (over de ontvankelijkheid) bij het hof ingediend.
2.3.
Het hof heeft van de kamer de stukken van de eerste aanleg ontvangen.
2.4.
De zaak is, uitsluitend op het punt van de ontvankelijkheid, behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 20 juni 2024. Klager is – per videoverbinding – verschenen en heeft het woord gevoerd. De gemachtigde van de gerechtsdeurwaarder heeft het hof laten weten niet ter zitting te zullen verschijnen.

3.Ontvankelijkheid

3.1.
Klager heeft bij de kamer een klacht ingediend tegen de gerechtsdeurwaarder. De gerechtsdeurwaarder heeft verweer gevoerd. De voorzitter van de kamer heeft bij beslissing van 14 april 2023 de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Tegen die beslissing heeft klager tijdig verzet ingesteld bij de kamer. Bij de bestreden beslissing heeft de kamer het verzet ongegrond verklaard.
3.2.
Artikel 39 lid 4 Gdw Pro bepaalt dat tegen de beslissing van de kamer op het verzet voor de klager geen rechtsmiddel openstaat. Dat is ook vermeld onder de bestreden beslissing. Van het in voormeld wetsartikel opgenomen rechtsmiddelenverbod kan slechts onder zeer bijzondere omstandigheden worden afgeweken, onder meer indien bij de totstandkoming van de beslissing een zo fundamenteel rechtsbeginsel is veronachtzaamd, dat van een eerlijke en onpartijdige behandeling van de zaak niet kan worden gesproken.
3.3.
Klager stelt dat hij het niet eens is met de beslissing van de kamer. Klager wil dat zijn klacht tegen de gerechtsdeurwaarder nog eens in behandeling wordt genomen. Volgens klager heeft hij – binnen zijn capaciteit – er alles aan gedaan om de desbetreffende printer te retourneren in 2014. Daarna heeft hij niets meer vernomen. Pas in 2023 kreeg hij allerlei brieven en een waarschuwing dat hij zoveel geld moest betalen. Klager vraagt zich af of deze praktijk rechtmatig is.
3.4.
Gronden voor een doorbreking van het appelverbod zijn het hof niet gebleken. Klager heeft niet gesteld welk fundamenteel rechtsbeginsel door de kamer zou zijn geschonden. Dat klager het inhoudelijk niet eens is met de beslissing van de kamer is niet voldoende. Verder is het hof niet gebleken dat er formele gebreken kleven aan de beslissingen van de voorzitter van de kamer en van de kamer in deze zaak. Klager heeft bij de kamer al zijn bezwaren naar voren kunnen brengen en klager is daarover ter zitting gehoord. Er is daarom geen reden om af te wijken van de regel dat voor klager geen hoger beroep openstaat tegen de beslissing van de kamer waarbij het verzet ongegrond is verklaard. Het hoger beroep van klager zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.

4.Beslissing

Het hof:
- verklaart het hoger beroep van klager niet-ontvankelijk.
Deze beslissing is gegeven door mrs. J.C.W. Rang, L.J. Saarloos en A.W. Jongbloed en in het openbaar uitgesproken op 16 juli 2024 door de rolraadsheer.