ECLI:NL:GHAMS:2024:1919
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens te laat ingediend verzet tegen beslissing gerechtsdeurwaarderskamer
Klaagster heeft een klacht ingediend tegen een gerechtsdeurwaarder, welke door de voorzitter van de kamer voor gerechtsdeurwaarders als kennelijk ongegrond werd afgewezen. Klaagster stelde verzet in tegen deze beslissing, maar dit verzet werd door de kamer niet-ontvankelijk verklaard omdat het te laat was ontvangen, namelijk op 9 augustus 2023 in plaats van uiterlijk 8 augustus 2023.
Tegen deze beslissing van de kamer staat op grond van artikel 39 lid 4 van Pro de Gerechtsdeurwaarderswet geen hoger beroep open. Klaagster voerde aan dat haar hoger beroep toch ontvankelijk moest worden verklaard vanwege bijzondere omstandigheden rondom de verzending van het verzetschrift, zoals een te lage frankering en vertraging bij PostNL.
Het hof oordeelt dat deze omstandigheden geen fundamentele schending van rechtsbeginselen opleveren die een doorbreking van het appelverbod rechtvaardigen. De kamer heeft het verzet gemotiveerd niet-ontvankelijk verklaard vanwege de te late ontvangst. Er zijn geen formele gebreken aan de beslissingen van de voorzitter en de kamer vastgesteld, en klaagster heeft haar bezwaren kunnen toelichten.
Daarom verklaart het hof het hoger beroep niet-ontvankelijk en bevestigt het dat tegen de beslissing van de kamer op het verzet geen rechtsmiddel openstaat.
Uitkomst: Het hoger beroep van klaagster wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te laat ingediend verzet en het ontbreken van uitzonderingen op het appelverbod.