In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de politierechter bevestigd dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan medeplegen van witwassen. Het hof verving echter de bewijsoverweging en vernietigde de strafoplegging vanwege een aanzienlijke overschrijding van de redelijke termijn.
De feiten betreffen de diefstal van een witte bestelbus en een graafmachine van een bedrijf, waarbij de verdachte samen met een medeverdachte de herkomst van deze goederen heeft verhuld door het verwijderen van stickers, het plaatsen van een valse kentekenplaat en het opmaken van een valse factuur. Telefonische afluisteringen en observaties bevestigen de nauwe samenwerking en het bewustzijn van de verdachte over de criminele herkomst.
De verdediging voerde aan dat de verdachte niet wist dat de goederen crimineel waren verkregen en dat een getuigenverklaring niet gebruikt mocht worden wegens gebrek aan ondervraging. Het hof verwierp deze verweren en achtte het bewijs overtuigend.
De politierechter legde een taakstraf van 150 uur op, de advocaat-generaal eiste 180 uur. Het hof matigde de straf tot 100 uur taakstraf en 50 dagen hechtenis wegens de overschrijding van de redelijke termijn van meer dan twee jaar tussen het instellen van het hoger beroep en het arrest. Het hof benadrukte het belang van het tegengaan van witwassen vanwege de aantasting van de integriteit van het financiële verkeer.