In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de politierechter bevestigd met uitzondering van de strafoplegging en beslissingen op de vorderingen tot tenuitvoerlegging. De verdachte werd schuldig bevonden aan medeplegen van poging diefstal met braak in een garagekelder te Zaandam, waarbij geprobeerd werd een scooter weg te nemen.
De politierechter legde een gevangenisstraf van 4 weken op, maar het hof heeft deze straf verminderd tot 2 dagen gevangenisstraf met aftrek van voorarrest en een taakstraf van 60 uren. Dit vanwege de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder zijn recente werk als zelfstandig vrachtwagenchauffeur, het verkrijgen van een eigen woning en het oprechte inzicht in zijn verleden.
Daarnaast werden vorderingen tot tenuitvoerlegging van eerdere voorwaardelijke straffen deels toegewezen en deels afgewezen. Zo werd een voorwaardelijke gevangenisstraf omgezet in een taakstraf, terwijl een vordering tot tenuitvoerlegging van voorwaardelijke hechtenis werd afgewezen.
Het hof achtte het niet wenselijk dat de positieve ontwikkelingen van de verdachte worden doorkruist door een zwaardere vrijheidsbeneming. De strafoplegging weerspiegelt daarmee zowel de ernst van het feit als de persoonlijke situatie van de verdachte.