In deze strafzaak heeft het gerechtshof Amsterdam het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 4 april 2023, waarin verdachte werd veroordeeld voor diefstal en vrijgesproken van een tweede feit. Het hof verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk voor het deel gericht tegen de vrijspraak, omdat hoger beroep tegen een vrijspraak voor de verdachte niet openstaat.
Het hof bevestigt het vonnis van de rechtbank voor zover het inhoudelijk nog aan de orde is, maar vernietigt het vonnis voor wat betreft de strafoplegging en de beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging. De verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 114 dagen, met aftrek van de tijd in voorarrest, en een taakstraf van 80 uur. De straf is gebaseerd op de ernst van het feit, waarbij de verdachte een aanzienlijk geldbedrag stal van politieambtenaren tijdens een pseudokoop van een wapen.
Bij de strafoplegging heeft het hof rekening gehouden met het strafblad van de verdachte, dat meerdere eerdere veroordelingen voor vermogensdelicten bevat, en met het reclasseringsadvies dat geen mogelijkheden ziet voor toezicht. Daarom is geen voorwaardelijke straf opgelegd. De vordering tot tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke gevangenisstraf is niet-ontvankelijk verklaard omdat deze reeds was omgezet in een taakstraf.
Het arrest is uitgesproken op 16 juli 2024 door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam.