ECLI:NL:GHAMS:2024:2039
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.M. Koolen - Zwijnenburg
- P. Greve
- A.P.M. van Rijn
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontnemingsvordering wegens onvoldoende bewijs wederrechtelijk verkregen voordeel
In hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam inzake de ontnemingsvordering heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis vernietigd en de vordering afgewezen. De rechtbank had de betrokkene veroordeeld tot betaling van €42.869,54 wegens wederrechtelijk verkregen voordeel. De betrokkene was eerder veroordeeld voor schuldwitwassen.
Het hof heeft het dossier en het ontnemingsrapport bestudeerd, waarin een kasopstelling van de onderneming van de betrokkene is opgenomen. Hoewel contante stortingen van een medebetrokkene op de zakelijke rekening van de betrokkene zijn vastgesteld, is niet voldoende aannemelijk dat de betrokkene zelf voordeel heeft behaald uit schuldwitwassen. De medebetrokkene wordt geacht het volledige voordeel te hebben gegenereerd.
De verdediging had primair vrijspraak gevorderd en subsidiair een lagere schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Het hof volgt deze lijn niet volledig, maar ziet geen aanleiding om de vordering van het openbaar ministerie toe te wijzen. De ontnemingsvordering wordt daarom afgewezen en het vonnis van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: De ontnemingsvordering wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van wederrechtelijk verkregen voordeel.