Appellant diende een schadeclaim in bij verzekeraar ASR wegens voetletsel dat volgens haar was veroorzaakt doordat een Ford over haar voet was gereden. ASR betaalde een voorschot, maar na onderzoek bleek dat het letsel was ontstaan door een sprong uit een raam van haar woning. Appellant had aanvankelijk tegenover medische hulpverleners verklaard dat zij uit het raam was gesprongen, maar bij de claim een andere toedracht opgegeven.
ASR stelde dat appellant bewust onjuiste informatie had verstrekt, wat onrechtmatig was en aansprakelijkheid voor schade veroorzaakte. De kantonrechter kende ASR de gevorderde schadevergoeding toe. Appellant ging in hoger beroep en voerde onder meer aan dat zij onder bedreiging handelde en dat het letsel niet door een val kon zijn ontstaan.
Het hof oordeelde dat appellant geen plausibele verklaring had voor de tegenstrijdige verklaringen en onvoldoende bewijs leverde voor haar stellingen over bedreiging en medische onmogelijkheid van het letsel door een val. De verklaringen van betrokkenen en het medisch advies van ASR ondersteunden de conclusie dat het letsel door de val was ontstaan. Daarom was appellant onrechtmatig jegens ASR en aansprakelijk voor de schade.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde appellant tot betaling van de schadevergoeding, proceskosten en wettelijke rente. De vorderingen van appellant werden afgewezen.