Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het verdere verloop van de procedure in hoger beroep
2.De verdere beoordeling in hoger beroep
3.De beslissing
de reguliere zorgregeling,met ingang van september 2024, als volgt:
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele zaak over personen- en familierecht stond de hoofdverblijfplaats van drie minderjarige kinderen en de verdeling van zorg- en opvoedingstaken tussen de ouders centraal. De vader verzocht om de hoofdverblijfplaats bij hem te bepalen en een co-ouderschapsregeling met gelijke verblijfsduur, terwijl de moeder de hoofdverblijfplaats bij haar wilde behouden met een zorgregeling waarbij de kinderen om het weekend bij de vader verblijven.
Het hof nam het advies van de Raad voor de Kinderbescherming mee, die ernstige zorgen uitte over de sociaal-emotionele ontwikkeling van de kinderen en de gebrekkige communicatie tussen de ouders. De raad adviseerde de terugverhuizing van de moeder naar de woonplaats van de vader en een zorgregeling die rust en stabiliteit voor de kinderen bevordert.
Het hof oordeelde dat de hoofdverblijfplaats bij de moeder gehandhaafd moet blijven vanwege haar langdurige zorgrol en de sterke band met de kinderen. De kinderen zullen vanwege praktische redenen en het belang van rust naar een school in de woonplaats van de moeder gaan. De zorgregeling werd aangepast zodat de kinderen om het weekend van vrijdag tot maandagochtend bij de vader verblijven, inclusief woensdagmiddag omgang.
De vakantieregeling blijft grotendeels ongewijzigd met een verdeling bij helfte, waarbij de kinderen in even jaren de eerste drie weken van de zomervakantie bij de vader verblijven en in oneven jaren bij de moeder. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het hof wees het overige hoger beroep af.
Uitkomst: De hoofdverblijfplaats van de kinderen blijft bij de moeder en de zorgregeling wordt aangepast met verblijf om het weekend bij de vader.