De verdachte werd ten laste gelegd dat hij een dakkapel had laten verwijderen zonder voorafgaand een asbestinventarisatierapport te laten opmaken, terwijl redelijkerwijs verwacht mocht worden dat de dakkapel asbest bevatte. De woning dateert uit 1966 en de dakkapel is tussen 1986 en 1992 geplaatst.
De advocaat-generaal vorderde een voorwaardelijke geldboete van €1500,- wegens het ontbreken van het rapport, stellende dat in woningen van vóór 1994 asbest veelvuldig werd toegepast. De rechtbank sprak de verdachte vrij, en het hof bevestigde deze vrijspraak na beoordeling van het dossier.
Het hof oordeelde dat op grond van de wetgeving alleen een asbestinventarisatierapport verplicht is indien redelijkerwijs te verwachten is dat het bouwwerk asbest bevat. Uit het bouwkundig rapport bij aankoop bleek asbest mogelijk aanwezig in leidingen en vinyl, maar niet in de dakkapel. Ook een e-mail van de bouwer bevestigde dat asbestgebruik in de dakkapel niet gebruikelijk was.
De stelling van de advocaat-generaal dat asbestgebruik vóór 1994 algemeen bekend was, vond het hof onvoldoende om de redelijke verwachting te onderbouwen. Daarom was het niet wettig en overtuigend bewezen dat de dakkapel asbest bevatte, en werd de vrijspraak bevestigd.