In deze zaak stond de verdachte terecht voor overtreding van artikel 8, vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994, gepleegd op 22 augustus 2022 te Heerhugowaard. De politierechter in de rechtbank Noord-Holland had eerder een vonnis gewezen, waartegen hoger beroep werd ingesteld.
Het gerechtshof Amsterdam heeft het vonnis van de politierechter vernietigd en doet nu opnieuw recht. De verdachte is veroordeeld tot een taakstraf van 20 uren, met een subsidiaire hechtenisstraf van 10 dagen indien de taakstraf niet naar behoren wordt verricht. Daarnaast is de verdachte ontzegd de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 9 maanden.
De zaak betrof een verkeersovertreding die zorgvuldig is beoordeeld aan de hand van de toepasselijke wettelijke voorschriften, waaronder artikelen 9, 22c, 22d en 63 van het Wetboek van Strafrecht en artikelen 8, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994. Het arrest is gewezen door mr. R.D. van Heffen, in aanwezigheid van de griffier.