ECLI:NL:GHAMS:2024:2386
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- A.W.T. Klappe
- R.D. van Heffen
- A.M.P. Geelhoed
- Rechtspraak.nl
Vergoeding immateriële schade en kosten na voorlopige hechtenis en tijdverzuim
Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot vergoeding van immateriële schade, loonderving en kosten rechtsbijstand naar aanleiding van zijn voorlopige hechtenis en de behandeling van zijn strafzaak.
Het hof heeft vastgesteld dat verzoeker van 18 maart tot 2 mei 2019 in verzekering en voorlopige hechtenis heeft gezeten. Gelet op de omstandigheden acht het hof gronden van billijkheid aanwezig voor een vergoeding van €4.720 voor immateriële schade.
Verzoeker stelde daarnaast loonderving te hebben geleden als zzp’er door de zitting op 22 november 2023. Het hof heeft dit verzoek afgewezen vanwege onvoldoende onderbouwing en het ontbreken van bewijs dat verzoeker op die dag daadwerkelijk opdrachten heeft moeten weigeren.
Verder kent het hof vergoeding toe voor kosten rechtsbijstand in de strafzaak (€933,73) en in de verzoekschriftprocedure (€680). Het toegekende bedrag wordt verrekend met een openstaand bedrag bij het CJIB. Het overige verzoek wordt afgewezen.
Uitkomst: Verzoeker krijgt vergoeding voor immateriële schade en rechtsbijstandkosten, maar loonderving wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs.