ECLI:NL:GHAMS:2024:2392

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
27 augustus 2024
Publicatiedatum
3 september 2024
Zaaknummer
000129-24
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 530 SvArt. 533 SvArt. 534 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning schadevergoeding voor overleveringsdetentie en rechtsbijstand na verzoek op grond van art. 530 en 533 Sv

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen beschikkingen van de raadkamer van de rechtbank Amsterdam inzake zijn verzoek om schadevergoeding voor overleveringsdetentie, verzekering en voorlopige hechtenis, alsmede kosten rechtsbijstand.

De rechtbank had het verzoek deels afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en het niet instemmen met de verkorte overleveringsprocedure. Het hof oordeelt dat gronden van billijkheid aanwezig zijn voor vergoeding van de door appellant ondergane detentie en de kosten rechtsbijstand.

Het hof vernietigt de eerdere beschikkingen en kent een vergoeding toe van € 8.380,00 voor detentie en € 680,00 voor rechtsbijstand, met verrekening van openstaande bedragen die appellant aan de Staat verschuldigd is. De beschikking is op 27 augustus 2024 uitgesproken door de meervoudige raadkamer van het Gerechtshof Amsterdam.

Uitkomst: Het hof kent appellant een vergoeding toe van € 8.380,00 voor detentie en € 680,00 voor rechtsbijstand en vernietigt de eerdere beschikkingen.

Uitspraak

beschikking
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling strafrecht
rekestnummer(s): 000458-24 (530 Sv) en 000129-24 (533 Sv)
parketnummer in eerste aanleg: 13/343542-21
Beschikking op het hoger beroep tegen de beschikkingen van de raadkamer van de rechtbank Amsterdam van 13 december 2023 op het verzoekschrift op de voet van de artikel 530 en Pro 533 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[appellant],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1977,
domicilie kiezende ten kantore van zijn advocaat, mr. B.J. Tieman,
[adres].

1.Procesverloop

Het hoger beroep is op 21 december 2023 ingesteld door verzoeker (hierna appellant).
Op 10 juli 2024 heeft de advocaat-generaal het advies kenbaar gemaakt.
Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 16 juli 2024 de advocaat-generaal en appellant ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord. De advocaat van appellant is niet in raadkamer verschenen.

2.Inhoud van het verzoek

Het verzoek strekt tot het verkrijgen van een vergoeding ter zake van:
schade die verzoeker stelt te hebben geleden als gevolg van de ondergane overleveringsdetentie, verzekering en voorlopige hechtenis in de strafzaak met voormeld parketnummer ten bedrage van € 10.140,00;
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van onderhavige verzoekschriftprocedure in eerste aanleg ten bedrage van € 680,00.

3.Beoordeling

Het hoger beroep is tijdig ingesteld.
Ingevolge het bepaalde in artikel 534, eerste lid, Sv heeft de toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
Ten aanzien van het verzoek op de voet van artikel 533 Sv Pro
De vrijheidsbeneming van appellant is als volgt verlopen:
  • 63 dagen overleveringsdetentie in Tsjechië van 21 oktober 2021 tot 23 december 2021;
  • 6 dagen verzekering in Nederland vanaf 23 december 2021 tot 29 december 2021;
  • 13 dagen voorlopige hechtenis in Nederland vanaf 29 december 2021 tot en met 10 januari 2022, de dag van de invrijheidstelling.
Appellant heeft verzocht om een vergoeding van € 130,00 voor de dagen doorgebracht in overleveringsdetentie en verzekering en € 100,00 voor de dagen in voorlopige hechtenis. Voor de vergoeding in Tsjechië heeft appellant aangevoerd dat een dagvergoeding van € 130,00 redelijk en billijk is, omdat hij niet de Tsjechische taal machtig is, hij geen bezoek kreeg noch geld had om contact op te kunnen nemen met het thuisfront en hij in detentie heeft verbleven zonder zijn kunstgebit, dat nog in de hotelkamer lag. Daarnaast heeft verzoeker aangevoerd dat detentie in Tsjechië sowieso zwaarder valt dan detentie in Nederland.
De rechtbank heeft geoordeeld dat geen gronden van billijkheid aanwezig zijn voor vergoeding van meer dan 10 dagen overleveringsdetentie, nu appellant niet heeft ingestemd met de verkorte overleveringsprocedure. Voorts heeft de rechtbank geoordeeld dat appellant de slechtere detentiesituatie niet, dan wel onvoldoende heeft onderbouwd met stukken met betrekking tot de situatie in Tsjechische detentiecentra, om tot een hogere vergoeding te komen.
In de omstandigheid dat appellant niet heeft gekozen voor een verkorte overleveringsprocedure ziet het hof geen aanleiding het aantal te vergoeden dagen voor overleveringsdetentie te maximaliseren. Met de rechtbank is het hof van oordeel dat appellant onvoldoende met stukken heeft onderbouwd dat in zijn situatie een hogere dagvergoeding billijk is.
Het hof zal de beschikking waarvan beroep derhalve vernietigen en opnieuw recht doen.
Gronden van billijkheid aanwezig voor toekenning van een vergoeding ter zake van door appellant ondergane uitleveringsdetentie, verzekering en voorlopige hechtenis tot een bedrag van (63x100 + 6x130 + 13x100) € 8.380,00.
Ten aanzien van het verzoek op de voet van artikel 530 Sv Pro
Met de rechtbank is het hof van oordeel dat het verzoek kan worden toegewezen. Om doelmatigheidsredenen zal het hof de beschikking waarvan beroep vernietigen en opnieuw recht doen.
Gronden van billijkheid zijn aanwezig voor toekenning van een vergoeding voor kosten van rechtsbijstand in de onderhavige verzoekschriftprocedure ten bedrage van € 680,00.
Verrekenen
Uit de inhoud van het dossier en het verhandelde in raadkamer is gebleken dat de onderstaande geldsommen vatbaar is/zijn voor verrekening overeenkomstig artikel 534, lid 3 Sv. Het hof zal het toegekende bedrag ex artikel 533 Sv Pro verrekenen met de door verzoeker aan de Staat verschuldigde geldsommen.

4.Beslissing

Het hof:
Vernietigt de beschikkingen waarvan beroep en doet opnieuw recht.
Wijst het verzochte toe.
Kent op de voet van artikel 533 Sv Pro aan appellant een vergoeding toe van € 8.380,00 (achtduizend driehonderdtachtig euro).
Bepaalt de verrekening van bovenstaand bedrag met de onderstaande geldsom:
CJIB-nummer openstaand bedrag verrekening
[nummer 1] € 1.504,13 € 1.504,13
[nummer 2] € 423,00 € 423,00
Kent op de voet van artikel 530 Sv Pro aan appellant een vergoeding toe van € 680,00 (zeshonderdtachtig euro).
Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan appellant.
Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. A.W.T. Klappe, R.D. van Heffen en A.M.P. Geelhoed, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Groenenberg als griffier, is ondertekend door de voorzitter en de griffier en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 27 augustus 2024.
De voorzitter beveelt:
de tenuitvoerlegging van deze beschikking door overmaking van
- € 1.504,13 ( duizend vijfhonderdvier euro en dertien cent) op bankrekeningnummer [rekeningnummer 1] t.n.v. CJIB o.v.v. [nummer 1];
- € 423,00 ( vierhonderddrieëntwintig euro) op bankrekeningnummer [rekeningnummer 2] t.n.v. CJIB o.v.v. [nummer 2];
- € 7.132,87 ( zevenduizend honderdtweeëndertig euro en zevenentachtig cent) op bankrekeningnummer [rekeningnummer 3] t.n.v. mr. B.J. Tieman o.v.v. [ovv].
Amsterdam, 27 augustus 2024,
mr. A.W.T. Klappe, voorzitter.