ECLI:NL:GHAMS:2024:2393
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- R.D. van Heffen
- A.M.P. Geelhoed
- A.W.T. Klappe
- Rechtspraak.nl
Beschikking op klaagschrift tot opheffing beslag op hond na verbeurdverklaring
Klaagster heeft een klaagschrift ingediend tegen het beslag op haar hond, die op 21 juli 2022 op haar is gelegd in het kader van een strafzaak wegens dierenmishandeling. Bij vonnis van de rechtbank Amsterdam is klaagster veroordeeld en is de hond verbeurdverklaard. Klaagster vordert opheffing van het beslag en teruggave van de hond, stellende dat zij inmiddels geschikt is om voor de hond te zorgen.
Het hof heeft het klaagschrift behandeld in raadkamer en heeft daarbij ook het standpunt van de advocaat-generaal gehoord, die zich tegen opheffing van het beslag heeft verzet omdat het openbaar ministerie ook in hoger beroep de verbeurdverklaring nastreeft. Bovendien is de hond inmiddels herplaatst en om baat vervreemd, waardoor teruggave niet meer mogelijk is.
Het hof overweegt dat het beslag ook na vervreemding van het voorwerp rust op de baat en dat het belang van de strafvordering de voortzetting van het beslag verlangt. Gezien het voorlopige karakter van de procedure en het feit dat de verbeurdverklaring in hoger beroep nog wordt nagestreefd, kan het klaagschrift niet leiden tot opheffing van het beslag.
Daarom verklaart het hof het klaagschrift ongegrond en beveelt onverwijlde betekening van deze beschikking aan klaagster.
Uitkomst: Het klaagschrift tot opheffing van het beslag op de hond wordt ongegrond verklaard en het beslag blijft gehandhaafd.