Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[geïntimeerde 1] ,
2. [geïntimeerde 2] ,
3. [geïntimeerde 3] ,
1.Het verdere procesverloop
2.Beoordeling
3.Beslissing
.
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak gaat het om een incident tot schorsing van de tenuitvoerlegging van een vonnis betreffende de vereffening van de nalatenschap van de vader van partijen. De nalatenschap omvat een woning in Spanje die aan een van de erfgenamen is gelegateerd tegen inbreng van € 200.000,-. De voorzieningenrechter had appellant veroordeeld tot medewerking aan de vereffening, waaronder het verstrekken van haar NIE-nummer en het afgeven van het legaat.
Appellant verzocht om schorsing van de tenuitvoerlegging op grond van misbruik van recht en het belang om de hoofdzaak af te wachten, mede omdat onduidelijkheid bestaat over de omvang van de nalatenschap door onjuiste informatie van een Spaans notariskantoor. Het hof overweegt dat een veroordeling in kort geding uitvoerbaar bij voorraad kan worden gelegd, tenzij zwaarwegende belangen van de veroordeelde spreken.
Het hof oordeelt dat het belang van appellant bij behoud van de bestaande situatie niet opweegt tegen het belang van de andere erfgenamen bij voortzetting van de vereffening. Het feit dat de tenuitvoerlegging onomkeerbare handelingen omvat, is onvoldoende voor schorsing. Het verzoek wordt daarom afgewezen. De hoofdzaak wordt verwezen voor memorie van antwoord en verdere beslissingen worden aangehouden.
Uitkomst: De vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis wordt afgewezen.