ECLI:NL:GHAMS:2024:2478
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing omgangsregeling wegens strijd met zwaarwegende belangen van minderjarige kinderen
De zaak betreft een hoger beroep van de vader tegen de afwijzing door de rechtbank van zijn verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling met zijn twee minderjarige kinderen, van 14 en 12 jaar oud. De moeder is het eens met de afwijzing. De Raad voor de Kinderbescherming is als belanghebbende betrokken en heeft geadviseerd de beschikking te bekrachtigen.
De ouders hadden een relatie van 2009 tot 2016 en de moeder oefent het gezag uit over de kinderen. De vader heeft de kinderen erkend. Eerder is al vastgesteld dat de hoofdverblijfplaats bij de moeder is en dat de vader geen omgangsregeling kreeg vanwege strijd met de belangen van de kinderen.
De vader stelt dat hij positieve veranderingen heeft doorgemaakt, zoals het afkicken van verslavingen en het afronden van behandelingen, en verzoekt alsnog een omgangsregeling. De moeder en de raad wijzen op de traumatische ervaringen van de kinderen, waaronder seksueel misbruik en verblijf in een Blijf van mijn Lijf huis, en het ontbreken van draagvlak bij de kinderen voor contact met de vader.
Het hof oordeelt dat het vaststellen van een omgangsregeling op dit moment in strijd is met de zwaarwegende belangen van de kinderen, die nog niet toe zijn aan contactherstel. Het hof wijst het verzoek van de vader af en bekrachtigt de beschikking van de rechtbank. De kinderen kunnen op eigen initiatief contact zoeken wanneer zij daartoe klaar zijn.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling af wegens strijd met de zwaarwegende belangen van de kinderen.